Bijvoeren roofmijten met stuifmeel werkt goed

14-11-2019    10:30   |    Goedemorgen

Amaryllisteler Erik Boers wil zijn gewas gezond houden, bij voorkeur met biologische gewasbescherming. Dit jaar heeft hij één keer roofmijten ingezet tegen trips en een populatie opgebouwd met behulp van Nutrimite. Hij is enthousiast over de eerste resultaten. Muizen, die dol zijn op zemelen, is hij nu te slim af.

Op het bedrijf van Erik Boers in ’s-Gravenzande is trips een regelmatig terugkerende ongenode gast. Erik teelt op 6,5 ha zowel amaryllisbollen als bloemen. De bollen, die in de vollegrond groeien, gaan weg voor de droogverkoop. De bloemen van de substraatteelt op kleikorrels vinden in het winterseizoen hun weg naar de consument.

Hij heeft bewust gekozen voor het zwaardere assortiment en is lid van Decorum. Deze coöperatie van telers voert een volledig duurzaam aanbod van bloemen en planten. De leden zijn minimaal Global of MPS-Gap gecertificeerd. Biologische gewasbescherming past binnen dat profiel.

Gesloten bladpakket
Ziektebestrijding is niet eenvoudig in amaryllis. Als de bloemen van de substraatteelt zijn geoogst verschijnen de bladeren. Al snel is het bladpakket zo gesloten dat het moeilijk is om een effectieve bespuiting uit te voeren, laat staan om goed te scouten op plagen en nuttigen. Bovendien blijft het gewas drie jaar vast staan, waarbij vaksgewijs wordt gerooid en gestoomd. “We zijn dus niet in staat om de kas volledig te reinigen en maximale hygiënemaatregelen toe te passen”, legt Erik uit.

Drie jaar geleden was Boers nog geen klant van Biobest. Hij deed een eerste poging om trips te bestrijden met Amblyseius swirskii en zette meerdere malen kweekzakjes uit, die zijn gevuld met roofmijten, zemelen en voermijten. Waar hij niet op had gerekend waren muizen, die in de zomer op de geur van de zemelen af kwamen. “Ik zag zelfs muizen rondrennen met een zakje in hun bek”, vertelt hij. “Dat werkte dus onvoldoende.”

Voedsel aanbieden
De teler wilde dit jaar opnieuw biologische bestrijding toepassen in een afdeling die net opnieuw was geplant. Zijn voorkeur ging uit naar de strategie van Biobest dat een combinatie van Swirskii-Breeding-System en Nutrimite™ aanbiedt. Hierdoor moest hij tijdens de teelt niet steeds opnieuw kweekzakjes introduceren. Specialist gewasbescherming Marvin Koot adviseerde daarbij om in het vroege voorjaar eenmalig Swirskii-Breeding-System in te zetten en zo een populatie roofmijten op te bouwen voor een heel teeltjaar.

Vlak na de bloemenoogst zijn er nog onvoldoende tripsen in de kas aanwezig om de roofmijten in leven te houden. Daarom is het noodzakelijk om de roofmijten voldoende voedsel aan te bieden. Het voedingssupplement Nutrimite op basis van geselecteerd stuifmeel is daar bij uitstek geschikt voor.

Boers heeft vanaf de introductie van roofmijten iedere veertien dagen handmatig stuifmeel ingeblazen. “Je ziet het nauwelijks”, vertelt hij, “maar het werkt wel. Eigenlijk ging het bijzonder goed.” Later in de teelt heeft hij bij één ras voor de zekerheid nog wat losse roofmijten gestrooid. Af en toe ziet hij nog een enkele trips, maar de plaag is nu goed onder controle.

“Qua tripsbestrijding is deze ‘proef’ geslaagd”, vindt hij. “Als we hiermee doorgaan, dan wil ik het verstuiven automatiseren, want dat maakt het toepassen eenvoudiger.”

Koelperiode
Voorafgaand aan de bloei wordt het gewas gekoeld en het blad verwijderd. Zowel trips als roofmijt verdwijnen dan. De roofmijten zouden in principe zo’n periode wel kunnen overleven, want de koeltemperatuur van 130°C is geen probleem. De teler moet echter voor aanvang van de bloeiperiode nog spuiten tegen andere plaagdieren. In het voorjaar zet hij dan weer nieuwe roofmijten in.
“Tot nu toe red je het niet helemaal met biologische gewasbescherming. Af en toe moet je wat doen tegen wolluis, narcismijt, cicaden en rupsen. Maar we gaan wel steeds meer de biologische kant op.”

Unieke combinatie
Erik koos voor Biobest als partner vanwege de unieke combinatie van roofmijten en bijvoeren met stuifmeel, die andere leveranciers niet aanbieden. Bijvoeren met voermijten spreekt hem niet aan, omdat de draagstof in het hart van de plant en bol valt en kan gaan rotten.

De begeleiding vanuit Biobest bevalt hem goed. Marvin Koot bezoekt het bedrijf iedere veertien dagen om de strategie door te spreken en bij te stellen. “De belangstelling voor deze methode neemt toe. Dat merk ik, omdat er dit jaar wat klanten met amaryllis zijn bijgekomen”, vertelt Marvin.


Reacties (1)

Peter Prins at 14.11.2019

Foutje bij koeltemperatuur van 130 graden zeker?

Reageer op dit bericht

Meer nieuws